zaterdag 10 oktober 2009

Ik citeer...

'Stel ik krijg de opdracht illustraties te maken bij een verhaal over een olifant en tijdens het ontwerpen blijkt dat mijn olifant veel meer van een walvis weg heeft. Nu zal de schrijver van het verhaal niet blij zijn met mijn illustraties van een walvis. Daarom schrijf ik liever zelf mijn verhalen, zodat de samenhang tussen de inhoud, typografie en illustraties precies klopt.' Aldus Pieter Gaudesaboos

'Het is belangrijk om een persoonlijk handschrift te ontwikkelen maar dat betekent niet dat je je moet specialiseren en ook niet perse dat je je op verschillende stijlen moet richten.' Aldus Maaike Verwijs. 'Ik probeer voor mezelf te bepalen wat ik belangrijk vind in een tekening, uitstraling, overtuigingskracht, authenticiteit bijvoorbeeld. Ik probeer te bepalen wat ik goed vind aan een bepaald beeld of tekening.'

Klaar is Kees!

De geschiedenis van het kinderboek


Thema's

Sprookjes zijn toch wel de oudste en bekendste voorbeelden van verhalen die kinderen normen en waarden moeten bijbrengen. Toch waren deze gruwelijke vertelsels niet altijd specifiek voor kinderen bedoeld. Vroeger was het leven namelijk hard en de dood lag altijd op de loer. Niemand keek vreemd op als je bijvoorbeeld in heksen geloofde. In de eerste plaats werden sprookjes alleen mondeling aan de man gebracht, maar dankzij de Gebroeders Grimm zijn ze uiteinlijk ook in boeken belandt.

Daar was de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen overigens niet erg blij mee. 't Nut is een genootschap dat werd opgericht in 1784 door verlichte burgers om het 'gewone volk' te verheffen. Ze waarschuwde de ouders voor de slechte invloed van sprookjes. Ze zouden gevaarlijk zijn voor het opdoen van echte kennis.

Ze waren meer gecharmeerd van de kinderrijmpjes van Hieronymus Van Alphen (1746 - 1803). Een volwassen man die zich aanpaste aan kinderen was toen nog ongekend. Daarom kunnen we Van Alphen zien als de eerste kinderboekenschrijver in de Nederlandse taal ooit. Er waren daarvoor wel al ‘hanenboekjes’, maar die waren totaal niet bedoeld om het leuk te maken voor kinderen. Van Alphen geloofde als een van eersten in spelenderwijs leren. Want: ’Mijn speelen is leeren, mijn leeren is speelen, En waarom zou mij dan het leeren verveelen? Zijn bekendste kindervers is uiteraard De Pruimenboom.

Sinds de komst van de 'stoute kinderen', zoals Dik Trom geschreven door Cornelis Kievit (1858 - 1931) en geïllustreerd door Johan Braakensiek (1858 - 1940), Pietje Bell geschreven door Chris van Abkoude (1880 - 1960) en geïllustreerd door Jan Rinke (1863 - 1922) en Pippi Langkous geschreven door Astrid Lindgren (1907 - 2002) en geïllustreerd door Carl Hollander (1934 - 1995) in de 20e eeuw is deze eerst zo vernieuwende braafheid totaal niet meer interessant voor de kinderen van nu. Weg met de Brave Hendrik van Nicolaas Anslijn (1777 - 1838). 'Kent gij Hendrik niet, die altijd zoo beleefd zijnen hoed afneemt als hij voorbij gaat?' Ik vrees dat geen enkel kind tegenwoordig ooit van deze Hendrik heeft gehoord.

Ook Annie M.G. Schmidt (1911 - 1995) kwam om de hoek kijken. Deze dame was behoorlijk pittig voor haar tijd. Samen met goede vriendin en illustratrice Fiep Westendorp (1916 - 2004) zorgde ze ervoor dat er een nieuwe frisse wind door de wereld van het kinderboek raasde. Fiep had een typerende stijl. Een mensje was voor haar niet gewoon een mensje. Ze speelde met vorm en kleur. De personages Jip en Janneke zijn daar een duidelijk voorbeeld van. Ten slotte mogen we illustrator, decor- en kostuumontwerper Wim Bijmoer (1914 - 2000) natuurlijk niet vergeten, want ook hij was verantwoordelijk voor die frisse wind. Hij werd met zijn illustraties vooral bekend, doordat hij talloze kinderversjes zoals Het Schaap Veronica van Annie een gezicht gaf.

Dick Bruna pakt het op een andere, maar ook zeer eigenzinnige manier aan. Voor deze grafisch vormgever is alleen illustreren niet genoeg en daarom schrijft hij zijn kinderboeken zelf. Deze zijn educatiever ten opzichte van de boeken van Annie en Fiep. Zijn duidelijk door de Stijl geïnspireerde illustraties leren kinderen aanvankelijk lezen en rekenen en bovendien het benoemen van kleuren en geometrische vormen. In tegenstelling van de hier boven genoemde schrijvers en illustratoren, leeft deze beste man nog steeds. Nu hij in de tachtig is, gaat hij nog iedere dag op de fiets naar zijn atelier in de Utrechtse binnenstad. Zijn boeken zijn in meer dan vijftig talen vertaald, met name in Japan is hij zeer populair.


Illustraties

Door alle jaren heen zien we dat kinderboekenillustraties over het algemeen steeds kleurijker en diverser zijn geworden. Dat komt mede door de vele nieuwe technieken die illustratoren leren kennen. Zo beschikte Fiep bijvoorbeeld nog niet over een laptop met alle Adobe CS4 programma's. Ook zijn kinderillustraties in sommige gevallen veel abstracter geworden, omdat er nu een duidelijk onderscheid is gemaakt tussen fictieve en educatieve illustraties. Tot slot, een Assepoester-tijdbalk die de voornaamste veranderingen weergeeft.

1851, 1893, 1907, 1913, 1925, 1942, 1948, 1950, 1966, 1986, 1999, 2001


Tips van Sirillustratie

Erg nuttig als je het mij vraagt! Als je nieuwsgierig bent geworden is dit haar site.
> 1.Ben jij in het zwarte gat beland?
Na het afstuderen veranderd er veel in je leven. De academietijd is ten
einde gekomen en ineens sta je er alleen voor. Ik heb ervoor gekozen om als
zelfstandig ondernemer aan de slag te gaan. Ik ging op zoek naar freelance
opdrachten. Tijdens de stage was het erg makkelijk om opdrachten te krijgen.
Ik heb het in die periode erg druk gehad, en allerlei dingen uitgeprobeerd.

Op die manier was er bij mij een ander beeld gevormd van de beroepspraktijk.
Want als er geld bij komt kijken, is het krijgen van opdrachten iets minder
gemakkelijk.
Na mijn afstuderen heb gebeld, gemaild, ik mijn portfolio
rondgestuurd naar verschillende opdrachtgevers, en aan veel mensen laten
zien. Ik heb daaruit wel een paar opdrachten gekregen, maar het financiele
deel ontbrak vaak. Door de financiële onzekerheid werd ik ook onzeker over
mijn kwaliteiten, waardoor het gevoel van ‘het zwarte gat’ versterkt werd.

> 2.Hoe ben jij ermee omgegaan?

Door de moeite die het kostte om opdrachten te krijgen, merkte ik dat ik
geen ‘rasechte’ ondernemer ben en dus extra aandacht moest besteden aan de
manier waarop ik opdrachtgevers benaderde. Ik ben nog steeds hard bezig om
te kijken welke benadering het beste werkt.


Verder ben ik wel bezig met het maken van opdrachten, dit zie ik als een
investering voor de toekomst. Zo bouw ik naamsbekendheid op en wordt mijn
portfolio sterker.


Daarnaast heb ik samen met mijn ex-klasgenoten een reeks exposities opgezet
met als uitgangspunt ‘het zwarte gat’. Dit is een manier om onszelf te
blijven ontwikkelen.
De exposities zijn een stimulans voor het maken van
nieuw werk. Daarnaast lanceren wij onszelf als nieuwe lichting en creëren zo
naamsbekendheid.
Ik zit in de organisatie en zo ontwikkel ik ook een andere kant van mezelf.
Ik heb ontdekt dat ik goed ben in concepten ontwikkelen en het promoten en
organiseren hiervan. Dit kan ik nu ook toepassen op mijn eigen werk.

> 3.Heb je een plan om het zwarte gat te omzeilen?

Na het afstuderen verandert je leven sterk, de structuur en de zekerheid van
de academie valt weg. Dat is het zwarte gat
. Ieder vind een manier om hiemee
om te gaan. Daarom denk ik niet dat je het ‘zwarte gat’ kunt omzeilen.

woensdag 7 oktober 2009

Interview Arjan Wilschut

Groei en vernieuwing

  • Wat is volgens u beter? Je op verschillende stijlen richten, of je specialiseren?

Zo, dat is gelijk een pittige start ....
Ik kan natuurlijk niet voor anderen spreken, maar in mijn geval was het veel beter om in verschillende stijlen te werken.
Zeker voor commercieel werk werd ik vaak gevraagd om iets te maken 'in de stijl van/ dat lijkt op ....'
Voorbeelden zijn Whiskas commercials in de stijl van Joanna Quinn, United Airlines commercial voor en in de stijl van Michael Dudok de Wit, een Fixet filmpje in de stijl van Jan Kruis,
een AH commercial met smurfen. Je ziet het, allemaal gebaserd op bestaande, succesvolle stijlen. De meeste commercials draaien nu eenmaal niet om originaliteit, maar juist om een beproefd concept.
Bovendien had het tekenen in verschillende (lees: andermans) stijlen voor mij ook het voordeel dat ik er veel van leerde,
en het me juist hielp om langzaam iets van een eigen stijl te ontwikkelen. Je leent van iedereen wel iets om er zelf iets nieuws van te maken.

NB. Er zijn natuurlijk uitzonderingen, sommige mensen hebben van nature een bijzondere stijl die direct opvalt, en succesvol is.
Maar er van uitgaande dat je, zoals ik, bij de andere 99% ploeteraars hoort, blijf ik toch bij antwoord 1.

  • Hoe zorg je ervoor dat je werk voor jóu interessant blijft/ je niet in een sleur belandt?
Grappig, ik heb net een tijd achter de rug waarin me dat ook afvroeg.
Ongeveer twee jaar geleden was ik animatie stiekem een beetje zat ... steeds weer uren ploeteren voor een tekening, dagen voor een testje, en jaren voor een film.
Ik ben toen begonnen met illustratie: eerst rustig wat schetsen, daarna uitwerken, inscannen en lekker aan de slag met Photoshop en Painter. Echt geweldig.
Een totaal andere beleving, maar ik was zo blij om gewoon eens iets AF te maken in 1 dag, en de dag daarna weer iets nieuws te maken.

Het voelde wel raar, bijna als een verraad aan mijn eerste liefde in kunst (animatie dus), maar ik vond illustreren gewoon veel leuker.
En het gekke was dat ik door de afwisseling langzaam aan toch weer plezier kreeg in animatie. Ik doe nu beiden, en ik merk dat de afwisseling heel verfrissend werkt.
Ik zal je niet lastigvallen met allemaal vage zen-wijsheden, maar er zit wel iets in de gedachte dat hoe harder je iets wilt vasthouden, hoe meer het door je vingers glipt.
Kortom: blijf openstaan voor nieuwe dingen, dat helpt zeker tegen sleur.

  • Is je werk nu heel anders dan tijdens je studie?
Ik heb niet echt gestudeerd, alleen maar een jaar op het Grafisch Lyceum en een jaar op de academie (WDKA) gezeten, dus dat is lastig te beantwoorden.
Maar voor zover ik kan beoordelen zou ik zeggen dat werk vaak anders uitpakt. Alleen al door de razendsnelle veranderingen in trends en technologie lijkt me dat ook onvermijdelijk.
Ik heb een studie/diploma dan ook nooit gezien als een natuurlijke aanloop voor een baan of zo, eerder een kans om jezelf zo goed mogelijk te ontwikkelen en voor te bereiden.
  • Op welke manier ben je gegroeid of heb je jezelf vernieuwd?
Het antwoord is eigenlijk een korte samenvatting van het voorafgaande:
1- Echt gestudeerd heb ik niet, dus ik moest veel zelf uitzoeken. Gelukkig hou ik erg van lezen, dus ik heb door de jaren heen zelf veel lesmateriaal verzameld.
2- Werken met verschillende regisseurs en makers, in allerlei stijlen. Ik heb door de jaren heen ontzettend veel geleerd van mensen als Wilbert Plijnaar (story artist), Piet Kroon (regisseur), Hans Buying (agent/producent) en Michael Dudok de Wit (filmmaker en illustrator, en een heel inspirerende man). Overigens hoeven die mensen niet per se ouder of ervarener te zijn hoor. Ik heb bijv. ook een aantal stagiars in huis gehad waar ik heel veel van geleerd heb. Vooral Jelle Gijsberts (www.jellepelle.nl) was een geweldige stagiair en nu een leuke collega. Ik merk dat het echt supergoed en leerzaam is om met jonge tekenaars samen te werken. Ze brengen veel nieuwe ideetjes en stijlen mee, kennis van nieuwe software, leuke tips, etc.
3-Tenslotte blijf ik vernieuwen door nieuwe dingen te proberen. Ik ben nu bijv ook veel bezig met schrijven. Dankzij een beurs van het Ned Filmfonds heb ik jaar lang begeleiding gehad van een scenarist van het Scriptlab om een treatment voor een film te schrijven. Echt superleuk om te doen, en ik hoop het op te kunnen volgen met een volwaardig scenario.

Wat voor projecten zou je nog willen doen in de toekomst?
Echt te veel om op te noemen ... zoals gezegd ben ik bezig aan een script voor een lange animatiefilm, maar ik ben ook aan het schrijven voor een nieuw kinderboek.
Verder heb ik plannen voor een nieuwe korte film, daar begin ik volgend jaar aan. Ik heb wat ideetjes/designs voor een spel, daarmee wil ik eens wat gamebedrijven langs.
En ik wil ooit wel eens een goed stripboek -of eigenlijk Graphic novel, dat klinkt beter- maken.

  • Hoe ziet een (productieve) werkweek van jou eruit?
Ik sta redelijk vroeg op, en begin meestal rond 9 uur te werken. Maandagochtend ben uitgebreid aan het mailen en internetten, de rest van de week zo min mogelijk.
Gemiddeld ben ik een dag of drie per week bezig met illustratiewerk, tegenover een dag twee animatiewerk. Tussen de middag ga ik altijd naar buiten, frisse lucht en beweging moet echt!
Ongeveer 2 avonden per week werk ik door, maar niet later dan een uur of 9. Anders ben je de volgende dag niet fit, en heb je er dus nog niks aan.
Aan het einde van een goeie week heb ik 2 (grote) of 3 (kleine) illustraties af. (Animatiewerk is moeilijker te meten, hangt erg van de film/scene af.)
Vroeger werkte ik vaak het weekeinde door, maar dat doe ik niet meer. Het is te uitputtend, en vroeg of laat moet je toch rust houden.

  • Doe je veel international werk? Vind je dat belangrijk?
Vroeger wel. Ik heb jarenlang in Wales gewerkt, en een korte tijd in Londen. Veel contacten gehad in Belgie, een keer een testje voor een Duitse film, en een co-productie met een Ierse studio gedaan.
Ook toen ik alweer jaren in Nederland woonde heb ik met al die mensen/ bedrijven nog een tijd contact gehad en samengewerkt.
Zeker toen ik alleen animatie deed, vond ik dat erg belangrijk. Er was nu eenmaal meer werk en expertise dan in Nederland. Tegenwoordig trekt dat wel bij, in eigen land is de animatiecultuur veel diverser en gezonder geworden. Als illustrator doe ik helemaal geen internationaal werk, en ik zie er ook geen speciale meerwaarde in. Als het even kan, hou ik mijn werk zo simpel mogelijk.

Mocht je er nog tijd voor hebben, dan kunnen we deze antwoorden ook goed gebruiken, maar hoeft niet per sé..

Fictieverhaal vertellen

  • Is het verstandig zoveel mogelijk opdrachten aan te nemen of alleen dat wat je ècht leuk vindt?
Daar is niet echt 1 antwoord op. Michiel Snijders van il Luster verwoordde het eens zo: je moet bij elk project kijken of het scoort op een van de volgende drie punten:
Is het goed voor mijn CV, mijn portemonnee of vind ik het gewoon superleuk? Met andere woorden, je hebt bij iedere klus andere overwegingen: je artistieke ontwikkeling, de rekeningen die betaald moeten worden, of een uitdaging waar je vreselijk veel zin in hebt. Die overwegingen moeten in een goeie balans zijn.
De beste klussen scoren uiteraard op alledrie de fronten, en een project die aan geen van de drie voorwaarden voldoet, moet je natuurlijk direct voor bedanken.
Dat klinkt allemaal nogal voor de hand liggend, maar het valt in de praktijk soms best tegen om de juiste overweging te maken ...
  • Wat zijn de grenzen van je artistieke vrijheid? (Hoeveel vrijheid heb je?)
Oef .... ook te algemeen om te beantwoorden.

Even denken ...grenzen zijn er volgens mij altijd, al is er een verschil tussen opdrachtwerk en eigen werk.
Bij opdrachtwerk worden die grenzen voor jou bepaald (een gevraagde stijl, planning, budget, etc).
Bij eigen werk zijn er ook wel degelijk grenzen, maar die stel je zelf. Als je een idee voor een verhaal of tekening ontwikkelt bepaal je gaandeweg wat de stijl wordt, wanneer het af is, etc.

Echt grenzeloze artistieke vrijheid geloof ik niet zo in ..... ik denk dan meer aan eindeloos experimenteren, net zoiets als de kriebeltschetsjes die je maakt als je een telefoongesprek hebt.
Superleuk natuurlijk maar ...... je krijgt er ook snel genoeg van. Uiteindelijk zet je je experiment om in een gericht idee, een project, en ontstaan er vanzelf grenzen.
  • Waarom wil je een verhaal vertellen?
Ik hou van verhalen, in welke vorm dan ook, dus ik wilde van kindsafaan daar deel van uitmaken, aan bijdragen.
Verhalen laten je wegdromen en genieten, maar kunnen je ook inspireren om dingen te veranderen. Ze zorgen voor ontspanning, maar houden je tegelijk ook wakker.
Volgens mij is het supergoed en gezond om telkens weer door verhalen -beeld of taal of muziek- volop te ervaren dat je een mens bent met gevoelens en ideeen en mogelijkheden.

  • Waar haal je inspiratie vandaan?
Kunst brengt kunst voort, en ik put heel veel inspiratie uit het werk van andere makers. Ik krijg ontzettend veel energie en ideetjes en visie als ik kijk naar goeie films.
Dat kunnen korte animatiefilms zijn (Dudok de Wit) of lange (Princess Mononoke, The Iron Giant, Brendan and the book of Kells) maar ook live action films.
Verder krijg ik vaak inspiratie van reizen en vakanties, en wandelen in de natuur. Alles wat je weer even een andere kijk op dingen geeft.

zaterdag 3 oktober 2009

Dit zijn de antwoorden van Sophia Martineck C:

Hallo Kathi,
hier sind meine Antworten:

> - Wie sieht eine typische Arbeitswoche bei dir aus (fals es sowas
> gibt natuerlich)?
Eine typische Arbeitswoche gibt es eigentlich schon. Im Prinzip
arbeite ich jeden Tag. Montags mache ich eher weniger, dafür arbeite
ich gern am Wochenende, weil es dann ruhig ist. Keine Abrufe, keine
Emails. Wenn ich gerade keinen Auftrag habe, dann arbeite ich an
eigenen Projekten. So kommt ein konstanter Arbeitsrhythmus zu stande.

> - Du arbeitest auch international, bist du durch dein Studium in New
> York an diese kontakte gekommen?
Ja, die ersten Auslandskontakte kamen mit den Auslandsaufenthalten.
Einmal habe ich die Sprache gelernt und zudem hat der Lehrer an der
Uni mir Tipps gegeben, wo ich mich bewerben könnte. Andere Kontakte
ergaben sich, weil ich von anderen in Zeitungen gesehen wurde.

> - Was ist nach deiner Meinung nach besser, mit verschiedenen Stilen
> zu arbeiten oder sich auf einen Stil zu spezialisieren?
Ich würde mich auf einen Stil spezialisieren. Und das mache ich auch.
Es ist besser, in einem Stil richtig gut zu sein, als mehrere zu
beherrschen. Zudem gibt es so viele Illustratoren, die alle einen
eigenen Stil haben. Da ist es besser, unverwechselbar und richtig gut
zu sein.

> - Was machst du damit deine Bilder interessant und frisch bleiben
> und du nicht in einen Trott kommst?
Ich versuche mich weiterzuentwickeln und übe weiterhin zeichnen.
Ich suche nach neuen Möglichkeiten (größere Formate, andere
Techniken), die ich mit meiner Arbeit machen kann. Das hält es frisch,
glaube ich.
Oft bin ich auch mit meiner Arbeit nicht zufrieden, da versuche ich es
beim nächsten Mal besser zu machen.

> - Ist deine Arbeit/Arbeitsweise anders als zu deiner Studienzeit?
> Wie hast du dich veraendert seitdem du arbeitest?
Mit der Zeit bin ich schneller, sicherer und flüssiger geworden. Ich
benutze jetzt auch einen Lichttisch. Der ist sehr hilfreich. Früher
habe ich über die Skizze gezeichnet. Heute benutze ich einen
Lichttisch und lege die Skizze unter das Papier. Ansonsten hat sich
nicht so viel geändert.

> - Woher bekommst du deine Inspiration?
Meine Inspiration kommt einmal viel von anderen Künstlern. Ich mag die
englischen Illustratoren Eric Ravilious und Edward Bawden sehr, dann
die alten Meister wie Cranach, Bosch, Rogier van der Weyden, Dürer,
niederländische Stillleben, Europäische Volkskunst, Bauernmalerei und -
stickereien.
Ich sehe mir auch oft die Webseiten anderer Illustratoren an und
studiere ihre grafischen "Lösungen" von Personen und Räumen und bei
Zeitungsartikeln, wie sie das Thema umgesetzt haben.

> - Was fuer Projekte wuerdest du am liebsten in der Zukunft machen?
Ich würde gern einmal eine Werbeanzeige gestalten und Poster für
Theater und Musik.
Ansonsten arbeite ich sehr gern für Zeitungen und Magazine.

> - Findest du es wichtiger so viele Auftraege wie moeglich anzunehmen
> oder nimmst du nur die an die du echt gut findest?
Bis jetzt hatte ich noch keine Arbeit, die ich nicht gut gefunden
hätte. Ich würde eher darauf achten, dass ich meine Arbeit zeitlich
schaffe und sie gut wird. Und wenn es zuviele Aufträge vielleicht
irgendwann einmal seien sollten, würde ich den Kunden vertrösten oder
um mehr Zeit bitten. Aber generell würde ich erstmal jeden Auftrag
annehmen. Dadurch entstehen manchmal auch neue Kontakte, weil man
gesehen wird.

Wenn Du noch etwas wissen möchtest, dann schreibe mir.
Viele Grüße aus Berlin an alle.
Sophia

vrijdag 2 oktober 2009

Interview met Iris Luckhaus
http://www.irisluckhaus.de/

Als ik nog heel erg veel tijd over heb ga ik dit kompleet vertaalen, maar anders moeten juliie mischschien dit gebruiken: http://translate.google.nl/#
(het is echt interessant)


---

Wie sieht eine typische Arbeitswoche bei Dir aus (falls es sowas gibt)?

Eine typische Arbeitswoche gibt es bei mir nicht wirklich (was einer der Gründe ich, warum ich meinen Beruf wirklich gern mag - jeder Tag ist anders, jede Woche ist anders), das kommt immer auf Auftragslage, Art der Projekte, Projektphasen (insbesondere Nähe der Deadlines) und Kunden an. Das Spektrum reicht von 16-Stunden-Tagen und 7-Tage-Wochen über ganz normale entspannte Arbeitszeiten bis hin zu spontanen Urlaubstagen.

---

Ist es Deiner Meinung nach besser, mit verschiedenen Stilen zu arbeiten oder sich auf einen Stil zu spezialisieren?

Schwierige Frage. Im Allgemeinen wird ja geraten, sich auf einen Stil zu spezialisieren, der dann wiedererkennbar ist. Das finde ich für mich persönlich allerdings eher langweilig, ich möchte mir da lieber Spielraum für Weiterentwicklung lassen und in erster Linie zum jeweiligen Projekt passend arbeiten. Mal abgesehen davon, dass man sich und seine Bildsprache ja auch weiterentwickelt, und sich damit automatisch auch der Stil ändert. Ich habe das Glück, dass die meisten meiner Kunden das zu schätzen wissen.

---

Was machst du, damit deine Bilder interessant und frisch bleiben und du nicht in einen Trott kommst?

Weiterlernen, weiterentwickeln, neugierig bleiben, in ganz unterschiedlichen Bereichen (Illustration, Bekleidungsdesign, Styling, Grafik) arbeiten und gern auch Aufträge annehmen, die Herausforderungen darstellen und die mich gleichzeitig begeistern, aber erstmal auch ein Stück weit überfordern... ansonsten denke ich eigentlich nicht viel darüber nach, 'hip' zu sein; das Handwerk selbst und die möglichen Ausdrucksformen interessieren mich weit mehr als Moden oder Trends.

---

Ist deine Arbeit/Arbeitsweise anders als zu deiner Studienzeit? Wie hast du dich veraendert seitdem du arbeitest?

Ich habe Bekleidungsdesign studiert, und da selbstverständlich handwerklich ganz anders gearbeitet - hauptsächlich mit Schnitten und an Menschen, und kaum zeichnerisch (weil an Kleidern viel wichtiger ist, wie man sich darin fühlt, als wie es als Skizze aussieht) - letztlich hat mir das Zeichnen selbst dann so sehr gefehlt, dass ich nach dem Diplom auf Illustration umgeschwenkt, mir sehr viel selbst beigebracht und schliesslich an der UdK auch Modezeichnen unterrichtet habe... was ich im Bekleidungsdesign gelernt habe, ist eine Art Blick für Details und 'bildinterne Geschichten', von dem ich jetzt als Illustratorin profitieren kann. Allerdings habe ich auch während meines Studiums in den Semesterferien schon Illustrationsaufträge angenommen - damals noch ganz analog, und heute arbeite ich hauptsächlich digital. Ansonsten habe ich seither einfach sehr viel dazugelernt, was nicht nur das Zeichnen selbst, sondern auch eine viel detailliertere Art der Wahrnehmung sowie Kundenkontakte und Verhandlungen betrifft.

---

Woher bekommst du deine Inspiration?

Ich glaube, es gibt nichts, was mich nicht in irgendeiner Form inspiriert... generell aber eher das echte Leben als andere Illustratoren oder Künstler. Spontan fällt mir ein: Geschichten, die Menschen erzählen (ebenso real wie in Büchern), Sätze oder Satzfragmente, Wolkenformationen, ein Lachen auf der Strasse (bei dem man sich fragt, wie der Mensch dazu aussieht), ein Augenaufschlag an der Supermarktkasse, das Eigenleben irgendwo stehengelassener Dinge (die manchmal wirken, als würden sie miteinander kommunizieren, oder als hätten sie eine ausserordentlich bewegte Geschichte hinter sich), Kaffeesatz, die Perfektion eines Regentropfens, die Würde eines alten Baumes, oder die Rührung, die ein seltsames altes Lied oder ein Geruch aus der Kindheit auslösen kann. Und vieles, vieles mehr.

---

Was fuer Projekte wuerdest du am liebsten in der Zukunft machen?

Ich möchte gern weiterhin Projekte machen, die Herausforderungen für mich darstellen und mich zwingen, in neuen Wegen zu denken und zu arbeiten. Ausserdem gern mehr Bücher (Anm.: mein erstes eigenes Buch ist soeben erschienen, "Die wunderbare Welt der Lily Lux") mit Herzblut und Details, über die ich beim Zeichnen selbst lachen muss, aber auch mal wieder mehr dreidimensionale Dinge, und immer wieder gern oberflächliche, fröhliche Werbemädchen. Hauptsächlich möchte ich mich nicht langweilen oder nur noch selbst zitieren - dann würde ich wahrscheinlich den Beruf wechseln.

---

Findest du es wichtiger so viele Auftraege wie moeglich anzunehmen oder nimmst du nur die an die du echt gut findest?

Soweit es finanziell möglich ist: nur Aufträge, die ich gut finde (oder eben herausfordernd) bzw. bei denen ich den Eindruck habe, dass der Kunde und ich die gleiche Sprache sprechen bzw. auf dasselbe hinauswollen. Erfahrungsgemäss gehen die Probleme, die Aufträge mit sich bringen können, öfter von Kommunikationsproblemen mit Kunden oder Agenturen als vom eigentlichen Projektinhalt aus. Das einzige, was ich grundsätzlich ablehne, sind 'witzige' Sachen (Cartoons, angezogene Tiere, etc.), das liegt mir nicht und da empfehle ich dann gern Kollegen weiter, die das können und gern machen. Darin, unbesehen so viele Aufträge wie möglich anzunehmen, sehe ich nicht viel Sinn.